OVER Strips in Stereo
DOOR Ronald Giphart
AD-Utrechts Nieuwsblad
23 maart 2006

Geraakt door een getekend poppetje
"onverhoeds schoot ik vol"

Soms heb ik het, en ik weet dat anderen het ook hebben. Een vlaag van onverwachte ontroering. Vaak heeft het met moeheid of geestelijke onoplettendheid te maken: dat je er zelf ook van staat te kijken dat plotseling iets je ontroert waarvan je vooraf niet had kunnen vermoeden dat het je zou raken. Ik ben stoïcijn, maar soms schiet mij een brok in de keel die daar niet thuishoort. Vannacht had ik het. Thuisgekomen van een vermoeiende avond boekenweek zet ik de cd op die bij het spectaculaire boek Strips in stereo, waarin veertien vaderlandse tekenaars evenzoveel vaderslandse popliedjes hebben ‘verstript’ (ik zou het graag willen aanbevelen, ware het niet dat het overal is uitverkocht). Er staan prachtige strips in (Gerrit de Jager vertekende Kom van dat dak af, Hanco Kolk deed Spinvis, Barbara Stolk Is dit alles?), en als je die leest terwijl je naar de bijgeleverde muziek luistert, is het oprecht alsof er een engel door je hoofd snowboardt. En zo kwam ik bij het mij onbekende nummer Naakt en Kaal van Mondo Leone (van Toontje Lager-bassist Leon Giesen). Ik luisterde naar de muziek, las de tekeningen van Joost Swarte, en onverhoeds schoot ik vol. Er staat een mannetje in zijn blote piemel voor een wastafel. “Als ik in de spiegel kijk, word ik zelden blij,” horen we Leon Giesen zingen, “ik vind niet dat ik lijk op de man die staart naar mij... en waar ik maar niet aan wen, is dat ik dit kennelijk ben.” Kunst is als je geraakt wordt door een getekend poppetje dat over jou zingt.