OVER Revue 65
DOOR Kester Freriks
NRC
7 september 2006

Onfeestelijke Revue
"Na afloop ontvingen spelers en cabaretiers, onder wie de scherpe Vincent Bijlo en de melancholieke Leon Giesen, volop applaus!"

Vier eisen stelde architect Willem Marius Dudok aan de nieuwe Stadsschouwburg van Utrecht aan het Lucas Bolwerk: licht, ruimte, zicht, gemeenschapszin. Met deze overtuiging maakte hij een van de mooiste theaterzalen van Nederland, die op 3 september 1941 werd geopend.

Ter viering van het 65- jarig bestaan ging gisterenavond Revue 65 in premiere. Het werd een warrige avond, niet echt feestelijk te noemen. Na afloop ontvingen spelers en cabaretiers, onder wie de scherpe Vincent Bijlo en de melancholieke Leon Giesen, volop applaus. Ook stadsdichter Ingmar Heytze kreeg terecht warm onthaal. Maar toen gelegenheidsregisseur Gerard Jan Rijnders en ontwerper Rieks Swarte het podium betraden, klonk er uit de zaal overduidelijk gemor. Ik kan het me voorstellen: als ik inwoner van Utrecht was dan had ik met dit allegaartje evenmin genoegen genomen.

Het gehalte aan Utrechtse geschiedenis was nihil, afgezien van een enkel optreden. Binnen het raamwerk van een nogal drukdoenerige feestcommissie mag iedereen een act bedenken. Zo zingt de zanggroep De Weduwen, eigenlijk zijn het lichtekooien, het lied Malle Babbe van de Haarlemse tekstdichter Lennaert Nijgh. Er gaat veel tijd heen met irritant gekissebis tussen de leden van de commissie met Kitty Courbois als een tierend boegbeeld voorop. Acteur Paul Hoes memoreert vol melancholie de tijden van vroeger: en hij heeft groot gelijk. Een jubileumviering zonder besef van theaterhistorie en gevuld met veel flauwiteiten is jammerlijk mislukt.