OVER Mondo Leone Dagboek
DOOR Anke Meijer
NRC
9 januari 2008
Op de maan zou ik ook zo zingen
"Mijn aanwezigheid bleek er toe te doen."
Welkom in de chaos. Met een verontschuldigend glimlachje stapt Leon Giesen zijn werkruimte in Utrecht binnen. Het hoedje dat zijn kale hoofd op de fiets nog warm hield, wordt op de lege kapstok gelegd. Ietwat doelloos begint hij de chaos op te ruimen. Papieren worden van de ene tafel naar de andere verplaatst. Een gitaar en effectendoos een meter opzij geschoven. Pontificaal in het midden van de grote ruimte - een voormalig klaslokaal met de ornamenten die ooit een Mariabeeld omlijstten nog linksboven in de hoek - staat een tuinhuisje. Het ding is geïsoleerd zodat Giesen zijn (bas)gitaren kan bespelen zonder de buren al te veel lastig te vallen. Daarbij doet het tuinhuisje ook dienst als logeerkamer: Als mijn schoonmoeder op bezoek is, slaap ik hier, zegt hij terwijl hij het bewijs, een slaapzak vol kindersnot, uit het met kussens bezaaide huisje haalt.
Zodra de koffie, waar hij zich bij voorbaat al voor verontschuldigt, pruttelt, ruimt hij papiertjes van tafel. Het is zijn nieuwe show Dagboek. Elk van de twintig papiertjes staat voor één liedje/filmpje/verhaaltje. Het laatste velletje, het einde van de show, is nog blanco. Daar komt een foto van de boom van astronaut Pete Conrad. Die ga ik deze week in Houston maken. Terwijl Giesen (45) een biografie over diezelfde Pete Conrad samen met de papiertjes op de andere tafel legt, vertelt hij dat de NASA voor elke overleden astronaut een boom plant. In deze tijd van het jaar krijgen alle bomen lichtjes. Witte lichtjes. Behalve de boom van Pete Conrad. Die heeft, omdat de astronaut dat wilde, gekleurde lampjes. Hét beeld waarmee Giesen zijn voorstelling wil eindigen.
Pete Conrad is de derde man die ooit een voet op de maan zette. Hij deed dit zingend. Het inspireerde Giesen tot het liedje Man op de Maan van zijn jongste cd Open Deuren naar Geluk. Het is tevens de rode draad van Giesens nieuwe voorstelling. Ik identificeer me met Conrad. Dat kinderlijke. Als ik op de maan zou staan, zou ik ook zingen. Wie dat niet doet, is een militair. Daarbij ben ik zelf ook de man op de maan. Ik voel me als iemand die ooit op de maan is geweest maar die nooit meer terugkan.
Giesen is 21 jaar als hij, zoals hij zelf zegt, de tweede bassist van Toontje Lager wordt. Het is de periode van Stiekem Gedanst en een Zilveren Harp. Een tijd die hem voor altijd heeft verpest: De magie van het podium. Het feit dat de droom toch niet helemaal onbereikbaar bleek te zijn. Het heeft me aangeraakt. Zoals een astronaut nooit meer hetzelfde naar de maan kan kijken, kan ik sindsdien nooit meer hetzelfde naar een podium kijken. Als ik in het publiek sta, doe ik iets verkeerd. Ik hoor daar niet. Ik ben geen publiek. Ik ben een van hen. Toch duurt het na het uiteenvallen van Toontje Lager bijna twintig jaar voor Giesen de moed heeft dat podium weer te beklimmen. Ditmaal niet veilig achterin als bassist, maar op de voorgrond. Hij is op dat moment eigenlijk documentairemaker en heeft samen met cameraman en goede vriend Marcel Prins een aantal bekroonde films gemaakt. Maar ik vond mezelf geen documentairemaker. Ik identificeerde me nog steeds met de muzikant. Na een reünie met Toontje Lager grijpt hij weer naar de (bas)gitaar. Hij begint met een navertelling van een documentaire over Mohammed Ali. Hij maakt er een liedje van, met een refrein, een brug en een baslijn. De baslijn klopte helemaal met de stem van Mohammed Ali. Toen zag ik het licht. Ik kon met mijn muziek iets toevoegen aan het beeld.
Vanaf dat moment is hij samen met cameraman Prins verhaaltjes gaan vertellen. Verhaaltjes over een maffiabaas die het huis van Tony Montana uit Scarface heeft na laten bouwen (toen hij werd gearresteerd heeft zijn familie het in de fik gezet, waanzinnig beeld, het huis van Nero maar dan zwart!). Over de herkomst van zijn 44 jaar oude basgitaar Barry. Over een Jimmi Hendrix muurschildering die hem uit de trein opvalt. Verhaaltjes over dingen die hem intrigeren, die staan voor het leven. Al is hij de eerste die toegeeft dat het veelal jongensboekenmateriaal is. Met zijn filmpjes, verhalen en liedjes is hij vanaf 2002 gaan optreden als een soort bonte avond, maar dan alleen. En op een gegeven moment gebeurde er iets wonderlijks. Iets waar ik nooit op had gerekend. Mijn aanwezigheid bleek er toe te doen. Een van zijn eerste voorstellingen op de Parade krijgt de naam Club Mondo Leone. Het idee om de club echt te laten bestaan, ontstaat snel: Sindsdien regent het aanmeldingen. De Mondonateurs, 349 van deze clubleden, hebben Giesen zelfs financieel geholpen bij het maken van zijn nieuwste album. En met twee mailtjes waren de drie aankomende voorstellingen in de Utrechtse Stadschouwburg uitverkocht. Dat geeft een enorm gevoel van vrijheid. Al is het alleen Utrecht hoor! Verder moet ik nog als een missionaris het land door om zieltjes te winnen. Het gaat allemaal te voet. Maar dat vind ik niet erg. Zo is het nou eenmaal.






