OP MIJN BEK


Toen ik met Mondo Leone begon wist ik niet of dit wel zou werken. Ik ging optreden met film en muziek. Maar of de mensen dit leuk zouden vinden? Geen idee. Of ik dat wel kan, in het midden gaan zitten en mijn verhaal vertellen? Weet ik niet. Op de voorgrond gaan staan en je mond open doen is raar als je van huis uit bassist bent en later documentairemaker was. Die werken allebei meer achter de schermen.

In het begin bestond een Mondo Leone voorstelling uit filmpjes waar ik, bijgestaan door twee muzikanten, live een soort veredelde filmmuziek bij maakte. Die filmpjes praatte ik dan aan elkaar. Omdat ik niet wist of ik dat wel zou kunnen en ik wel wilde dat het ergens over zou gaan had ik goed nagedacht over de tekst, die vervolgens opgeschreven en uit mijn hoofd geleerd.

Op een avond stonden we in LatarenVenster in Rotterdam. En het ging níet vooruit. We speelden in de bioscoopzaal en dat is al zowat. Bioscoopzalen zijn heel erg gedempt. Dus als mensen klappen hoor je bijna niks. 'Pif' 'pif'. Er waren heel weinig mensen, dus heel weinig applaus. Ze zaten ver weg. In het donker. Ik had een grapje bedacht waar altijd om gelachen werd. Die keer niet. En op een gegeven moment... geen applaus meer.

Ai. Ik kom uit de popmuziek. En als er geen applaus is... dan is er iets behoorlijk aan het mislukken.


Ik ging denken. Wat gaat hier mis? Zijn er te weinig mensen? Zitten ze te ver weg? Kan ik het inderdaad niet? Of praat ik te onduidelijk? Of te snel?

En ondertussen was ik aan het praten. Ik was mijn uit het hoofd geleerde tekst aan het oplepelen. En op een gegeven moment dacht ik: Heb ik die zin nu al gezegd... of nog niet?

En dan ben je er geweest.

Ik had mijn tekst zo goed in elkaar gezet dat ik die zin niet kon overslaan, maar ik kon hem ook niet dubbel zeggen.

Toen ben ik neergegaan. In een wolk van 'eeehhh's en aaaaahh's' neergestort. Ik weet niet wat het publiek er van gemerkt heeft. Ik denk dat zij het een heel vaag stukje vonden. Waarin ik begon te stotteren en helemaal rood werd. Maar ik vond het ver-schrik-ke-lijk.

ZOU HET AL BEGONNEN ZIJN?

Later zat ik te denken. Wat kan ik hier aan doen? Is er iets dat ik tegen mezelf zou kunnen zeggen? Iets waarop ik terug zou kunnen vallen. Iets dat er al-tijd is. Niet iets dat ik uit een boek heb geleerd, maar iets wat in mezelf zit.

En toen (dit duurde gemakkelijk een maand hoor) kwam ik op de tekst van een liedje van een bandje waarin ik heb gezeten. Dat liedje heette: Zou het al begonnen zijn? En als het over het leven zelf gaat is het antwoord natuurlijk 'ja, het is allang begonnen'.

Het is al lang begonnen. Dat geldt ook voor mij. Mijn liedjes en filmpjes komen ergens vandaan. Die ontstaan niet op die avond. Die zijn er al. Het publiek komt ook ergens vandaan. Het is een ontmoeting. En wat ik moet doen is stralen. Doorlaten wat er al is. Om Michael Jackson te quoten: 'Je moet niet voor de muziek gaan staan. Je moet de muziek doorlaten.'

En dat ben ik gaan doen. Gaan vertrouwen op wat er is. Niks uit het hoofd leren en oplepelen. Open gaan en jezelf laten zien.


Een inzicht van het eerste uur. 

En dan blijkt dat mensen dat heerlijk vinden. Dat mensen zeggen: 'Ik voel dat het echt is.' Daardoor ga je er nog meer op vertrouwen. En op een gegeven moment merk je dat de zaal 'aan een touwtje zit'. En ik kan met het touwtje naar boven beneden, links en rechts en de mensen volgen.

Ik merkte dat als ik de verdediging liet zakken, de mensen ook de verdediging laten zakken. En als het dan ergens over gaat, komt het ook echt aan.

GEEN ROL

Ik realiseerde me dat ik geen rol speel. Dus dat ik ook niet uit mijn rol kan vallen. Dat kan niet. Als ik tegenwoordig een slechte aankondiging doe, dan zeg ik: 'Dat was een slechte aankondiging.' En dan ben je het kwijt.

En toen kwam nog een heel belangrijk inzicht: Ik mag hier zijn. Op het podium. In het midden.

Toen ik dit later - op een terrasje - tegen een coach zei, zei hij: 'Ja haha. Je moet eerst contact maken met jezelf voor je contact kunt maken met anderen.'

Maar dat wist ik niet. Het is niet zo dat popmuzikanten zo fijn contact met zichzelf staan te maken. Zij spelen samen en ze spelen vaak een rol. Met zonnebril, image, rook en lampen. Je zou kunnen stellen dat op dat moment de popmuzikant in mij dood ging. 

Dat heb ik op deze manier zelf moeten ontdekken. Er is in mijn leven sprake van een periode vóór en een periode ná dit debacle en het inzicht dat het opleverde.